fouten maken

‘Wie doet zoiets??’

Mijn zoon springt op van de bank. We kijken naar het jeugdjournaal en zien een filmpje dat ‘viral’ gaat op internet. Te zien is dat een jongen wordt omringd door vijf andere jongens. De nieuwslezeres vertelt dat de jongen op brute wijze is toegetakeld door de andere jongens. ‘Zoiets zou ik nooit doen!’, vervolgt mijn zoon in volle verontwaardiging. ‘En ik al helemáál niet!’, roept mijn dochter uit. Ik geloof ze uiteraard direct. Het is niet te bevatten dat mensen hiertoe in staat zijn. Tegelijkertijd besef ik dat dit soort misstanden vaak voorkomen en nog veel ergere dingen ook. We moeten niet de illusie hebben dat slechts een enkeling hiertoe in staat is. Het tegenovergestelde is zelfs waar: iedereen kan in de fout gaan. 

Gekke mensen doen gekke dingen

Mensen zijn geneigd het gedrag van anderen volledig aan persoonlijkheid te wijten. We zullen eerder denken: ‘Henk doet boos: Henk is een agressief type’, dan dat we denken ‘Henk doet boos: wat of wie heeft hem boos gemaakt?’

Deze neiging wordt de fundamentele attributiefout genoemd en het is het sterkst als we de ander niet goed kennen. Het is een automatische reactie waarbij we de invloed van persoonlijkheid op gedrag overschatten en de invloed van omstandigheden onderschatten. Het is best logisch dat we dit doen, want het geeft op een snelle manier zekerheid.

Als we snel kunnen oordelen dat Henk een agressief type is, dan weten we ook meteen dat we op onze hoede moeten zijn. Een dergelijke zekerheid ontstaat minder snel als we eerst moeten onderzoeken of iets of iemand Henk boos heeft gemaakt en wat dat dan precies geweest is.

Er lopen gekke mensen rond in deze wereld en gekke mensen doen gekke dingen. Het percentage niet-gekke mensen dat gekke dingen doet is echter vele malen groter. Mensen zijn extreem beïnvloedbaar. De meest normale, goed geaarde mensen zijn door omstandigheden tot ondenkbare daden in staat.

Rationele wezens

Zoals we denken dat wij ons niet zullen laten leiden door omstandigheden en niet zo snel in de fout zullen gaan, denken we ook dat beslissingen die we nemen vooral rationeel zijn. We zijn met onze hersenen tot zoveel in staat, dat we ervan uitgaan dat we ze meestal goed inzetten. We weten wat goed en kwaad is, dus kunnen we daarnaar handelen, toch? Dat klopt, we kunnen dat, maar we doen dat niet altijd. Juist als we beslissingen moeten nemen over ethische en morele kwesties blijken we niet vanuit verstand, maar vanuit gevoel te acteren. Ook dit is een automatisch, onbewust proces waarvoor we pas als de beslissing lang en breed genomen is, een verklaring vanuit verstand formuleren. We praten onze acties dus achteraf goed. Het opvallende daarbij is dat we dan vaak een grote rol aan de omstandigheden toebedelen. Daar waar we Henk een agressief type vinden, omdat hij boos gedrag vertoont, zien we ons eigen agressieve gedrag veelal als een logisch gevolg van de omstandigheden.

Geleidelijkheid en sociale druk

Nu is het echt niet zo dat jij en ik ineens moreel onverantwoord gedrag vertonen. Dit is een geleidelijk proces. Grote misstappen worden voorafgegaan door vele kleine stapjes. Stapjes waarvan we niet eens doorhebben dat we ze zetten. Stapjes die we zetten als gevolg van kleine, onopvallende duwtjes vanuit onze omgeving. Prestaties moeten geleverd worden, imago’s gebouwd en verdedigd. Targets moeten worden behaald, het huis betaald en de carrièreladder bestegen. Daar komt bij dat we in veel gevallen het gedrag van anderen als richtlijn gebruiken in plaats van ons eigen inschattingsvermogen.

Wat we anderen zien doen gebruiken we als informatiebron. Dat is functioneel en efficiënt. Daar waar we alleen Henk boos zien zijn vinden we wat van Henk. Maar als niet alleen Henk boos is, maar ook Maarten én Amy boos zijn, zullen we snel aannemen dat er iets is om boos over te zijn. Een aangeboren behoefte om bij de groep te horen – dit vergroot immers onze kans om te overleven – maakt daarbij dat we ons conformeren. We passen ons aan en gaan mee met het gedrag van de anderen. Voordat we het beseffen doen we dingen waarvan we dachten dat we ze nooit zouden doen. 

Liever voorkomen dan genezen

Zijn er manieren om te voorkomen dat we afglijden? Jazeker. We kunnen leren minder te vertrouwen op natuurlijke neigingen en meer alert te zijn waar nodig. Alert zijn houdt in dat je jezelf er continu aan blijft herinneren wat je wel en niet belangrijk vindt en waar je voor staat. Mensen kunnen aanleren zichzelf de vraag te blijven stellen of het oké is wat ze doen. Hoe meer alert iemand is, hoe sneller hij of zij een vraagstuk ook als een ethisch dilemma kan zien. Het liefst herken je de eerste stap richting ‘fout’ en kan je de keuze maken deze niet te zetten. Het is makkelijker om 100% volgens het boekje te handelen dan 97%, want die 3% wordt ongemerkt 5% en dan 7% enzovoorts. Ook kunnen we leren herkennen wanneer we ons gedrag ‘goedpraten’. Standaardexcuses zoals ‘Ik kan er niets aan doen’, ‘Niemand zal er last van hebben’ en ‘Anderen doen het ook’ zouden alle alarmbellen moeten doen rinkelen. Mensen kunnen leren meer verantwoordelijkheid te nemen, meer te geloven dat ze een verschil kunnen maken als ze vasthouden aan normen en waarden en hoe ze tegen dubieuze orders en beslissingen in kunnen gaan. Dat leren gaat echter niet vanzelf. Daar moeten we echt voor gaan zitten.

Ik kijk naar mijn kinderen die nog altijd ontzet naar de televisie staren. ‘Zouden die vijf jongens monsters zijn?’ vraag ik. ‘Ja!’ roepen ze zonder aarzeling. ‘Misschien hebben ze elkaar een beetje opgejut’ zeg ik aftastend. Bedenkelijke blikken. ‘Zou kunnen’ antwoorden ze aarzelend. ‘Wat zouden jullie doen als jullie zoiets zien gebeuren?’ vervolg ik. ‘Ingrijpen!’ roept mijn zoon stoer. ‘Wegrennen!’ roept mijn dochter. Ik hoop dat ze nooit voor zo’n keuze komen te staan, maar ik ben blij dat we het wel een keer hebben besproken. 

Meer weten over Marloes?? www.marloesterhuurne.nl

Bronnen

De Cremer, D., Van Dick, R., Tenbrunsel, A., Pillutla, M., & Murnighan, J. K. (2011). Understanding ethical behavior and decision making in management: A behavioural business ethics approach. British Journal of Management, 22, S1-S4.

Drumwright, M., Prentice, R., & Biasucci, C. (2015). Behavioral Ethics and Teaching Ethical Decision Making. Decision Sciences Journal of Innovative Education, 13(3).

Meertens, R. W., Prins, Y. R. A., & Doosje, B. (2006). In iedereen schuilt een terrorist. Schiedam: Scriptom Psychologie.

Prentice, R. A. (2015). Behavioral ethics: Can it help lawyers (and others) be their best selves. Notre Dame JL Ethics & Pub. Pol’y, 29, 35.

Ross, L. (1977). The Intuitive Psychologist And His Shortcomings: Distortions in the Attribution Process1. In Advances in experimental social psychology (Vol. 10, pp. 173-220). Academic Press.

Zimbardo, P. (2011). The Lucifer effect: How good people turn evil. Random House.