communiceren met je kind

Herken je dat? Communiceren met je kind is een uitdaging. Of het nu je peuter is die de volledige maaltijd van tafel kiepert, die kleuter die haar schoenen niet aan wil doen, de 10-jarige zoon die stiekem koekjes pakt, de tienerdochter die blijkt te roken of puberzoon die te laat thuis komt van het stappen.. Het zijn lastige situaties. Waarom? Het vergt goede communicatie. En dat is lastig. Dus allereerst: hulde voor jou dat het in het merendeel van de situaties goed gaat. Je hebt een gezonde ouder-kind relatie als het af en toe botst. Jullie begrijpen elkaar niet altijd, en dat is oké. Met deze twee tips in je achterhoofd bevorder je de communicatie tussen jou en je kind. Go get it, mom.

TIP 1: Actief luisteren

Kinderen willen aandacht. Gezien en gehoord worden. Gebeurt dat niet? Dan vragen ze het (al dan niet subtiel) nog eens. Belangrijk om je te beseffen: met aandacht geven doel ik niet per se op een spelletje spelen of samen eten. Aandacht geven is actief luisteren. Dit doe je wanneer je zowel verbaal als non-verbaal laat zien dat je hoort wat je kind zegt of vraagt. 

Mini-tip A: Laat verbaal (met geluid) merken dat je luistert door bijvoorbeeld te ‘hummen’, samen te vatten of vragen te stellen ter verduidelijking. Non verbaal (zonder geluid) laat je zien dat je luistert door oogcontact te maken (op ooghoogte!), je lichaam in zijn geheel naar je kind toe te keren en ja te knikken. 

Mini-tip B: Probeer te begrijpen, accepteren en verwoorden wat je kind zegt. Leg in je eigen woorden uit wat je hebt gehoord en controleer ook of dit klopt. Zo leert je kind zijn of haar gevoelens te herkennen èn laat je zien dat het goed is om open te zijn over gedachten en gevoelens.

TIP 2: Ik-boodschap

Zul je net zien. Jij leest dit artikel en Pip maakt ondertussen een heeeele mooie tekening. Maar wel op de muur. Heeft ze niet gedaan, zegt ze. Was Dribbel; de hond. Daar hebben we ‘m: een lastige situatie! Gebruik naast actief luisteren dan vooral ook de ik-boodschap. Begin de zin met ‘ik vind / ik wil..’ en beschrijf: A) wat je vervelend vindt (het gedrag), B) hoe je reageert (gevoel), C) de reden voor jouw reactie en D) wat je verwacht van je kind.

Ik vind het niet leuk als je op de muur tekent, daar word ik boos om. Ik heb net gezegd dat je op het blad mag tekenen. Ik wil graag dat je dat niet meer doet / een doekje pakt / ergens anders gaat zitten.

Voordelen? 

  • Minder weerstand en conflict (spaar ook vooral je vocalen)
  • Je spreekt niet van schuld, maar zoekt een oplossing
  • Je geeft het goede voorbeeld in het uiten van gedachten en gevoelens
  • De verantwoordelijkheid voor verandering blijft bij het kind

You can do this!