hechting kinderen

Veilige watte? Hechting. Juist ja. En dan niet het type naald-en-draad om vel- en vleesachtige substanties weder bij elkaar te brengen. Met hechting doelen we op de aangeboren mogelijkheid om nabijheid en veiligheid te zoeken in stressvolle situaties.  

Wat precies?

Gehechtheid ontwikkelt zich in het eerste levensjaar. Bepalend voor een veilige, goede ontwikkeling, is de interactie met de primaire verzorgers ((pleeg/adoptie) ouder(s)). Ik hoor u denken.. Interactie? Een pasgeboren baby staat toch doorgaans op standje ‘eat sleep poop repeat’? Dat klopt. Vanaf 2 maanden zijn kinderen echter al in staat om sociale interacties aan te gaan, bijvoorbeeld door glimlachen en het (bewust) maken van oogcontact.  Tussen de 7 en 9 maanden wordt de basis gelegd voor de kwaliteit van de gehechtheid. Op dat moment kan een kindje onderscheid maken tussen verzorgers, en daardoor een voorkeur ontwikkelen. Misschien herken je het wel? Die angst voor vreemden of om afscheid te nemen.. Gezond dus – dat pruillipje als je weggaat, of de tranen als tante Bep goedbedoeld even de zorg over wil nemen. 

Een veilig gehecht kind (nee, dus nog steeds niet met naald en draad) gaat in het bijzijn van de ouder(s) op onderzoek uit, maar houdt ook de verzorgers in de gaten. Als paps of mams de zaal verlaat varieert de reactie van rustig doorspelen tot totale paniek. Wanneer de ouder terugkomt, is het kind blij, opgelucht en snel weer op zijn of haar gemak. De kleine gaat vaak ook snel weer door met waar hij/zij mee bezig was. 

Hoe?
Hoe zorgen we ervoor dat die kans op een veilige hechting het grootst is? Bijvoorbeeld door die interactie met je kindje. Verwoord wat jij ziet (‘’Zie ik daar tranen?’’), wat het kind ziet (lachend: ‘’Mama is blij jou weer te zien!’’) en laat met houding en stem weten dat het kindje er mag zijn, dat het gewenst is en dat ervan gehouden wordt. Daarnaast helpt een stabiele leefomgeving met vaste opvoeders en de aanwezigheid van ondersteunend netwerk (hey tante Bep!).

Waarom?

Een goede hechting met ouders of andere primaire opvoeders is goed voor:

  1. Het zelfvertrouwen. Vanuit veiligheid en vertrouwen voelen ze dat ze de moeite waard zijn, waardoor ze op latere leeftijd ook anderen vertrouwen, relaties aan kunnen gaan en vriendschappen kunnen sluiten. 
  2. De veerkracht. Hoe groter de veerkracht, hoe flexibeler ze reageren op problemen, hoe beter zij emoties uiten en hoe creatiever zij zijn in het vinden van oplossingen. 
  3. De cognitie (het verwerven van kennis) en de taalontwikkeling. Ouders leren hun kind verbanden te leggen tussen hun gedrag en het effect daarvan. Baby X gaat op onderzoek uit richting plantenbak (‘ga jij naar de plant toe?!’) en weet nog even niet of die bladeren nou net zo voedzaam zijn als het groentehapje (‘’dat is niet om te eten schatje..’’). Je haalt het blad uit de mond en coacht het kind subtiel in andere richting. Baby X heeft wellicht de neiging om dit nog een tiental keren te herhalen, maar doet een nieuw inzicht op. En daar gaat het om!

Ongelooflijk he, wat die interactie, geborgenheid en veiligheid die jij misschien vanzelfsprekend vindt, voor jouw kindje kan doen? Keep up the good work, paps en mams!