wakker worden heleen

Hij is ergens in de 70 en heeft last van zijn heup na een val. Hij heeft dit al eens eerder meegemaakt, toen was zijn heup gebroken en moest hij een nieuwe. Deze blijkt nu uit de kom en moet er weer in worden gezet. Hij is netjes, rijk misschien wel. Goed verzorgd, en spreekt keurig Nederlands met een westers accent. 

Ik heb dienst en ontmoet hem in de traumakamer van ons ziekenhuis. Ik stel me voor en hij lacht van oor tot oor. ‘U kijkt behoorlijk blij voor iemand wiens heup net uit de kom is’, grap ik. Maar hij heeft alle reden om blij te zijn. Hij heeft namelijk een prachtige vriendin. 

Narcose

Ik vertel hem dat ik hem een kortdurende narcose, een roesje, zal geven. Mijn collega zal daarna zijn prothese weer op zijn plek trekken. Hij vindt het wel best, ‘ik loop niet zomaar weg’. Ik onderzoek hem: mond, hart, longen, buik, benen. Ik ontdek een tattoo met Haar naam op zijn buik.

Ik leg hem de bijwerkingen van het roesje uit: de kans op een lage bloeddruk, het kortdurend stoppen met ademen, en vertel hem wat ik in dat geval voor maatregelen zal treffen. Ik roep mijn team bijeen, twee verpleegkundigen, mijn collega en ikzelf. We bespreken de indicatie, de medicamenten die ik ga gebruiken en de te verwachten bijwerkingen. We dimmen de lichten, dat is wel zo prettig wanneer je in slaap wordt gebracht. 

‘Zo jong, en nu al dokter, wat zal jij hard hebben gestudeerd’. Hij wil weten hoeveel uur ik eigenlijk werk. ‘Allemachtig’. 

Dromen

‘We gaan beginnen’, vertel ik hem. ‘Heb je al een droom uitgezocht?’ Hij vertelt me dat hij wil dromen over de wereldreis die hij zou maken. Met Haar. Vlak na hun ontmoeting sloeg echter het noodlot toe. Er werd bij hem een ernstige nieraandoening geconstateerd. Sindsdien moet hij om de 3 dagen naar de dialyse om zijn bloed te zuiveren. De nieren kunnen de afvalstoffen zelf niet meer afvoeren. Zonder dialyse overleeft hij het niet. 

Maar hij heeft alle reden om blij te zijn. Hij heeft namelijk een prachtige vriendin. ‘Misschien geeft deze roes mij de kans om de reis alsnog te maken’, grapt hij. 

Het eerste middel, de pijnstiller, spuit ik in zijn infuus. ‘Dat voelt als een borreltje’, zeg ik. ‘Nu komt het slaapmiddel, dat kan wat prikken’, en ik spuit de witte vloeistof in zijn arm. Rustig, maar niet te langzaam.

Slapen

Ik zie zijn ogen dichtvallen. Plots raakt hij mijn arm aan. Ik schrik, normaal slapen mensen vrijwel direct goed in. ‘Meisje toch, meisje’, zegt hij zachtaardig en iets vertraagd. ‘Wat doe jij nu híer? Je bent zo mooi en jong. Je verdoet je tijd met zo veel te werken, het is mooi werk, maar het leven, dat is wat mooi is. Ik heb altijd hard gewerkt, veel geld verdiend. Nu heb ik een prachtige vriendin, maar geen tijd meer. Leef nu, nu het kan. Ga reizen!’ 

Zijn grip verslapt en hij begint te snurken. De kamer is stil. ‘Begin maar’, zeg ik tegen mijn collega. Na enig wrikken glipt de prothese weer op zijn plek. Ik controleer zijn ademhaling, zijn hartslag, zijn bloeddruk. Alles verloopt goed. 

Wakker worden

Langzaam wordt hij weer wakker. Ik vraag hem of hij nog weet wat hij mij net voor zijn slaap heeft verteld. Dat weet hij niet meer. Wel heeft hij gedroomd. Hij was op wereldreis, met Haar. 

Hij glimlacht, nog een beetje glazig van de roes. Ik haal zijn vriendin uit de wachtkamer, vertel haar dat alles goed is gegaan. Ze is inderdaad prachtig, en vriendelijk. Ze lacht breeduit wanneer ik haar vertel dat hij over haar gedroomd heeft. ‘Het is ook zo’n lieverd’.

Die dag werk ik lang door, het is druk op de spoedeisende hulp. Ik eet mijn avondeten te laat, in de trein naar huis. Thuis gekomen besluit ik dat ik parttime ga werken, en boek ik eindelijk een reis naar Nepal. Ik heb een prachtige baan, en ik heb nog tijd. Ik ben vrij. En ik heb alle reden om blij te zijn.  

Disclaimer: In verband met privacy en herleidbaarheid zijn een aantal essentiële patiëntenkarakteristieken gewijzigd of verwijderd, dan wel fictionele elementen toegevoegd.