Iedereen maakt weleens denkfouten. De meest gemaakte denkfouten zijn snelle conclusies die we trekken over onszelf, een ander of een situatie terwijl we niet genoeg informatie hebben. Deze denkfouten beïnvloeden ons gevoel en gedrag. Vaak op een negatieve manier. Omdat we deze denkfouten vaak onbewust maken, nemen we ze voor waar aan terwijl ze dat eigenlijk niet zijn. Mensen met psychische klachten gebruiken deze denkfouten systematisch en inflexibel.

Bewust worden van jouw denkfouten is een eerste stap naar verandering. Vervolgens kun je deze eens kritisch bekijken. Wat zijn de feitelijke bewijzen voor en tegen die gedachte? Zou het voor een ander ook gelden? Zijn er alternatieve verklaringen mogelijk? Probeer ze daarna te vervangen door meer helpende gedachten en je zult merken dat je rot voelen vaak nergens voor nodig is.

Hierbij de meest voorkomende valkuilen in het denken op een rijtje. Op welke denkfouten kun jij jezelf betrappen?

#1 Zwart-wit denken: ‘Niemand vindt mij aardig.’

Iets op uitersten beoordelen in plaats van op een continuüm. Dingen zijn zwart of wit, goed of slecht. Een tussenweg is er niet. Termen als nooit, altijd, niemand, iedereen kunnen wijzen op zwart-wit denken.

#2 Catastroferen: ‘Het gaat me nooit lukken om een baan te krijgen.’

Toekomstige situaties zullen zeker rampzalig aflopen zonder stil te staan bij andere, meer waarschijnlijke scenario’s.

#3 Gedachten lezen: ‘Hij vindt me stom als ik de afspraak afzeg.’

Het invullen van gedachten van een ander, zonder te weten wat de ander eigenlijk echt vindt.

#4 Moet-denken: ‘Ik moet het perfect doen, anders ben ik niks waard.’

Het vaststellen van regels of eisen voor jezelf of anderen, waarbij je een negatief oordeel velt als jij of de ander niet voldoet aan die regels.

#5 Personaliseren: ‘Mijn baas is vast chagrijnig, omdat ik die fout heb gemaakt.’

Negatieve gebeurtenissen of negatief gedrag van anderen zijn door jou veroorzaakt.

#6 Emotioneel beredeneren: ‘Ik voel dat ik het niet kan en daarom gaat het niet lukken.

Gevoelens als bewijs zien voor de juistheid van een gedachte, waarbij tegenbewijs genegeerd of onderschat wordt.

#7 Overgeneraliseren: ‘Ik heb ook altijd pech.’

Op grond van één enkele ervaring overmatig negatieve conclusies trekken. Ook hier worden vaak termen gebruikt als nooit, altijd, niemand, iedereen, elke, geen.

#8 Kans overschatten: ‘Het vliegtuig zal zeker neerstorten.’

De kans dat een gevreesde gebeurtenis optreedt, wordt overschat.

#9 Met twee maten meten: ‘Als ik mijn emotie uit, ben ik zwak. Als anderen dat doen, is het goed voor ze.’

Voor jezelf strenge regels hanteren die voor anderen niet gelden.

#10 Vergroten/verkleinen: ‘Dat ging wel goed, maar het was makkelijk dus dat telt niet.’

Beoordelen van jezelf, een ander of een situatie op een onredelijke manier, waarbij je het negatieve vergroot en het positieve verkleint. 

#11 Stickers plakken: ‘Ik ben nu eenmaal niet slim.’

Snel een globaal en negatief oordeel vellen over jezelf, een ander of een situatie, zonder te bedenken of dit wel echt zo is.

#12 Mentaal filteren: ‘Hij had één punt van kritiek, dus ik heb mijn werk niet goed gedaan.’

De aandacht wordt enkel op de negatieve details van een situatie of persoon gericht, waardoor deze negatief beoordeeld wordt.

#13 Negatief denken: ‘Ik heb maar twee keer gescoord’.

Neutrale of positieve gebeurtenissen worden negatief geïnterpreteerd. Het glas is altijd half leeg.

Meer lezen over je emoties en mindset? Lees dan zeker even:

  1. Omgaan met emoties
  2. Tips om mindful te leven
  3. Authentiek jezelf zijn op je werk