autisme

Het is vandaag 2 april: Wereld Autisme Dag. In het leven geroepen om wat meer bewustzijn te creëren van wat autisme nou eigenlijk is. Een mooi initiatief, vinden wij. Immers, hoe meer bewustzijn van wat het inhoudt, hoe meer begrip. En dat is absoluut gewenst, want de complexiteit van het autisme spectrum… daar kan geen legpuzzel tegenop! Tijd voor wat meer uitleg.  

Neem bijvoorbeeld Tim. Tim heeft autisme, en het is zijn eerste werkdag. Daar ontmoet hij Henk, zijn nieuwe collega. Een vrij simpele ontmoeting, zou je misschien denken. Je geeft elkaar een hand, maakt een kort praatje, en gaat verder. Voor Tim is dat anders. Voor hem komt alle nieuwe informatie even ‘hard’ binnen. Waar Henk waarschijnlijk een globale indruk heeft van Tim, is Tim bezig met het leggen van een puzzel: deze stem hoort bij Henk, deze manier van bewegen is Henk. Ik moet hem aankijken. Dit zijn de ogen van Henk. Dat horloge hoort bij Henk. Alles is even belangrijk. Tim krijgt een indruk van hem door allemaal losse stukjes. Hij ervaart de medemens, de wereld, op een andere manier dan van hem verwacht wordt. En dat is aan de buitenkant niet te zien.. Lastig en vermoeiend, toch? 

Deze 5 weetjes helpen je om beter te snappen hoe dat zit:

1. Autisme of ASS?

Klassiek autisme, het syndroom van Asperger en PDD-NOS zijn alledrie vormen van de autismespectrumstoornis (ASS).  In de volksmond wordt gesproken van ‘autisme’, maar dat is een vorm van een autismespectrumstoornis. Hoe breed dat spectrum is, en waarom er zoveel verschillende uitingen zijn lees je hier.

2. Ontwikkelingsstoornis.

ASS is een ontwikkelingsstoornis. Dit houdt in dat er in de hersenen sprake is van een aangeboren aandoening die afwijkt van de normale ontwikkeling. Bij ASS gaat het om problemen in de informatieverwerking. Signalen in de hersenen kunnen niet goed worden verwerkt. Dit maakt onder andere sociale interactie, verbeelding, inleving en/of communicatie lastig. Ook zien we in meer of mindere mate verstandelijke en/of gedragsproblemen bij mensen met ASS. De precieze symptomen zijn, zoals ieder mens anders is, voor iedereen met ASS verschillend. 

3. Verschil jongens en meisjes.

ASS wordt ongeveer vier keer zo vaak vastgesteld bij jongens. Let op: dit is geen bewijs dat het bij vrouwen ook daadwerkelijk minder voorkomt. ASS wordt bij meisjes minder vaak gediagnosticeerd. Het is voor vrouwen namelijk makkelijker om sociale vaardigheden aan te leren, waardoor ASS verschijnselen niet altijd worden opgemerkt. 

4. Oorzaak en behandeling.

De oorzaak van ASS is niet duidelijk. Wel is zeker dat het voor een groot deel in de genen zit; het is dus erfelijk bepaald. ASS is niet te genezen, maar wel te behandelen. Behandeling helpt er beter mee om te gaan. Dat kan in de vorm van psycho-educatie (uitleg over ASS), begeleiding (in de thuissituatie) op individueel niveau, maar ook in groepsverband: denk aan sociale vaardigheidstrainingen. Ten slotte kunnen medicijnen worden voorgeschreven. Niet om autisme te genezen, maar om klachten te verminderen (bijv. slaapproblemen, hyperactiviteit, angsten). 

5. Kwaliteiten en talenten.

Gelukkig is er steeds meer oog voor de uitzonderlijke kwaliteiten en talenten van mensen met ASS. Denk aan: betrouwbaarheid, het streven naar perfectie, scherp oog voor detail, gedrevenheid en focus. 

Laten we dus (niet alleen vandaag, maar altijd) met respect, bewondering en begrip oog hebben voor deze kwaliteiten en talenten die horen bij ASS. En extra stil staan bij het feit dat zowel deze kwaliteiten, als de stoornis zelf, niet zichtbaar zijn aan de buitenkant.