juridische procedure

Veel mensen weten niet precies hoe een juridische procedure verloopt. En gelukkig maar, want met een procedure zijn de nodige tijd en kosten gemoeid. Voor het geval jullie er ooit mee te maken gaan krijgen, heb ik hieronder uiteengezet hoe het een en ander dan verloopt.

In het burgerlijk recht kennen we twee soorten procedures: de dagvaardingsprocedure en de verzoekschriftprocedure. Verzoekschriftprocedures komen voornamelijk voor in het personen- en familierecht (scheidingen, voogdij et cetera) en laat ik hier buiten beschouwing.

Dagvaarding
In de dagvaardingsprocedure staan twee partijen tegenover elkaar: de eiser en de gedaagde. De eiser dagvaardt de gedaagde om voor de rechtbank te verschijnen. Hiervoor wordt door de deurwaarder een dagvaarding aan de gedaagde uitgereikt. In de dagvaarding wordt beschreven wat de eiser vordert van de gedaagde en welke bewijzen hij heeft om zijn stellingen te onderbouwen. Daarnaast staat in de dagvaarding tot wanneer de gedaagde zich schriftelijk bij welke rechtbank kan melden (de zogeheten “roldatum”). 

Conclusie van antwoord
De eiser stuurt de dagvaarding vervolgens vóór de roldatum naar de rechtbank. De gedaagde kan op diezelfde datum zijn schriftelijke verweer bij de rechtbank indienen (dat heet de “conclusie van antwoord”), maar in de regel wordt dat nooit gedaan. De rechtbank geeft de gedaagde vervolgens zes weken de tijd om dit alsnog te doen. In de conclusie van antwoord legt de gedaagde uit op welke punten hij het niet eens is met de eiser en waarom niet. Als gedaagde heb je ook de mogelijkheid om een tegenvordering (de zogeheten “eis in reconventie”) in te stellen. 

Zitting
Na de eerste schriftelijke ronde wordt doorgaans een zitting gepland (de “comparitie van partijen”). De comparitie van partijen is vooral bedoeld om beide partijen de mogelijkheid te geven om de zaak zelf toe te lichten en vragen te beantwoorden van de rechter. De rechter zal ook bekijken of beide partijen bereid zijn om de zaak te schikken. Als partijen tot een regeling kunnen komen, dan zal deze regeling in een proces-verbaal worden opgenomen. De rechter hoeft dan geen vonnis meer te wijzen. Als partijen niet tot een regeling kunnen komen, dan wordt de procedure vervolgd. De rechter heeft een aantal mogelijkheden: 

  • een tweede schriftelijke ronde bepalen. Dit houdt in dat zowel de eiser (in zijn “conclusie van repliek”) als de gedaagde (in zijn “conclusie van dupliek”) de mogelijkheid hebben om hun standpunten nogmaals toe te lichten en daarbij ook te reageren op elkaars standpunten. 
  • een bewijsopdracht geven. Dit betekent dat de rechter opdracht geeft aan een van partijen om een of meerdere standpunten te bewijzen. De rechter kan ook deskundigen vragen nader onderzoek te doen voordat hij een vonnis wijst.
  • een eindvonnis wijzen

Eindvonnis

Wanneer een rechter voldoende informatie heeft, doet hij een uitspraak. Partijen zijn verplicht om aan het vonnis van de rechter te voldoen. Doen ze dat niet, dan kunnen ze daartoe worden gedwongen, bijvoorbeeld door beslaglegging via de deurwaarder. 

Hoger beroep
Een partij die het niet eens is met het vonnis van de rechtbank, kan doorgaans in hoger beroep bij het gerechtshof. Dit geldt niet als de procedure bij de rechtbank ging over een bedrag van minder dan EUR 1.750,-. 

Bij het gerechtshof zullen drie andere rechters de zaak opnieuw bekijken en de beoordeling van de rechtbank  toetsen. Let op: meestal is een vonnis “uitvoerbaar bij voorraad” verklaard. Dit houdt in dat, ook al wordt er hoger beroep ingesteld, partijen toch uitvoering moeten geven aan dat wat de rechter in het vonnis heeft bepaald.