Een beladen telefoongesprek op maandagochtend. Ik bel mijn werk om te vertellen dat ik de diagnose kanker heb. Om maar even met de deur in huis te vallen. De komende tijd ben ik regelmatig afwezig in verband met ziekenhuisafspraken. Een onzekere periode breekt aan.

Wat doe jij hier?

Naast alle medische afspraken, gaat het werk door. Tenminste, zo sta ik erin. De wereld draait nou eenmaal ook door. Het valt me wel op dat ik de vraag ‘wat ik op het werk doe’ vaak krijg. En of ik ‘niet liever naar huis ga’. Goed bedoeld, absoluut. Het is een logische primaire reactie. Heb ik dat zelf ook niet regelmatig tegen een collega gezegd? Ik merk alleen dat ik er niet mee uit de voeten kan. Ik heb wat afleiding, structuur en andere gespreksonderwerpen dan kanker nodig. Dat ‘alles even gewoon is’. Precies wat mijn werk mij op dat moment biedt.

Ik raak gefrustreerd

Ik word geleefd door ziekenhuisafspraken, overleggen met artsen, onzekerheden, het onbekende en ga zo maar door. Daar heb ik geen invloed op. Ik voel de behoefte om daar waar ik wel invloed op heb, die ook te pakken. Dus bijvoorbeeld mijn werk. Nu achteraf kan ik pas verwoorden wat een goed bedoelde opmerking met mij heeft gedaan. Het voelde of ik nergens zelf stuur op had, dat alles voor mij bepaald werd. Dat frustreerde. Ik blijf dicht bij mezelf en heb gedaan wat ík nodig had. Bij de diagnose, tijdens mijn afwezigheid van het werk en gedurende mijn re-integratie. Ik realiseer me achteraf dat ik mijn omgeving daar niet altijd in heb meegenomen. Niet omdat ik dat niet wilde maar puur omdat ik dat niet zag op dat moment. Met alles wat de diagnose met zich meebrengt, is het juist belangrijk om dat wat je nodig hebt bespreekbaar te maken.

‘Wat heb je nodig’ is dé juiste vraag

Wat natuurlijk niet alleen geldt voor de ziekte kanker, maar eigenlijk voor alles waardoor een collega uitvalt, is de vraag stellen: ‘Wat heb je nodig?’. Simpel toch? Of juist niet? Hebben we niet allemaal het beste voor met onze collega? En geven we tips in plaats van één simpele vraag te stellen? Stel ‘m maar eens, dé juiste vraag, je zult verrast zijn!