reanimatie GZNDenzo


“Doe jij dan zelf ook de mond-op-mond beademing?”, vraagt een vriendin me, terwijl we kijken naar een fictieve reanimatie op tv.  “Nee, in het ziekenhuis gebruiken we daar een zuurstofkapje voor”, antwoord ik. “Maar op straat zou ik het wel doen”. Ze kijkt me aan en trekt een vies gezicht. “Is dat dan echt nodig?”

Hartstilstand

Wanneer iemand plots bewusteloos raakt en niet meer ademhaalt, is er waarschijnlijk sprake van een reanimatiesetting.1 In de volksmond wordt dit ook wel een hartstilstand genoemd. Deze bewoording klopt echter niet helemaal. Het hart staat namelijk lang niet altijd stil. 

In de basis gaat het erom dat het hart niet meer in staat is om het bloed adequaat rond te pompen. Dit kan verschillende oorzaken hebben, die zowel binnen als buiten het hart kunnen liggen. 

Reanimatie en het brein

Het doel van reanimatie is het bevorderen van de doorstroming van zuurstofrijk bloed naar het brein. Het brein is dus eigenlijk het belangrijkste doelorgaan bij de reanimatie. Het kan worden bereikt door het hart weer te ‘herstarten’ (door een elektrische schok toe te dienen met een automatische externe defibrillator, AED), door medicijnen, en natuurlijk door de onderliggende oorzaak op te lossen. 

In de tussentijd is het belangrijk dat er zo veel mogelijk zuurstofrijk bloed rondgepompt wordt naar het brein. En dat is basic life support, oftewel, reanimatie.1 

Jouw rol bij een reanimatie

Het merendeel van de reanimaties begint op straat. De overleving en uitkomst van een reanimatie is onder andere gerelateerd aan de kwaliteit van de reanimatie in de eerste 5 minuten. In Nederland duurt het ongeveer 5-8 minuten voordat een ambulance arriveert na een melding van een reanimatie.1 De eerste 5 minuten ben jij op straat dus degene die het verschil kan maken!

Borstcompressies

Reanimeren bestaat uit het geven van borstcompressies en beademingen.1 Door met regelmatige diepte en frequentie op de borst (tussen de borsten) te drukken probeer je de pompfunctie van het hart na te bootsen om zo zuurstofrijk bloed rond te pompen. Er moet dus wel zuurstof in het bloed zitten; en dat is waar (mond-op-mond) beademing om de hoek komt kijken.

Mond-op-mond beademing

De lucht die je uitademt bevat nog zuurstof. Zo veel zelfs, dat je er een ander weer mee van zuurstof kunt voorzien! Dit doe je door je mond op de mond van die persoon te plaatsen, de neus dicht te knijpen, en lucht in te blazen. Volgens de huidige richtlijn wissel je 30 borstcompressies af met 2 beademingen.1 

Mond-op-mond beademing bij reanimatie; is dat nu echt nodig?

Veel mensen vinden het, net als mijn vriendin, een vies idee: je mond op de mond van een vreemde. Studies laten zien dat de meeste mensen de eerste 5 minuten  in een reanimatiesetting nog genoeg zuurstof in hun bloed hebben zitten. Je hoeft dus niet perse direct mond-op-mond beademing toe te passen, en kunt er ook voor kiezen om alleen continu borstcompressies te geven.1 

Er is echter een uitzondering

Wanneer zuurstofgebrek de oorzaak is van een reanimatiesetting moet er wél direct zuurstof gegeven worden. Weet je dit dan van tevoren? Nee, maar de kans is in ieder geval groot bij drenkelingen, mensen die al fors benauwd waren, en bij kinderen. Geef deze dus in ieder geval wél mond-op-mond beademing.

Durf te doen!

 “Reanimatie mèt mond-op-mond beademing is het universele protocol, geeft al met al de beste uitkomsten   “Maar, je kunt als leek kiezen om alleen borstcompressies en geen mond-op-mond beademing te geven en te wachten op professionele hulp.” .” 

Het belangrijkste is om je te realiseren dat vaak elke poging tot reanimatie beter is dan geen. Tenzij iemand natuurlijk een niet-reanimeren verklaring heeft. Maar dat is weer een heel ander verhaal …

Tip 1: Meer weten over reanimatie? Hou Heleen via Instagram in de gaten via @makesciencework!

Tip 2: Er zijn wegwerp mond-op-mond kapjes te koop die als sleutelhanger gebruikt kunnen worden. Deze dienen als een barrière tussen jou en de patiënt bij het geven van mond-op-mond beademing. 

Referentie:

1. Perkins GD, Handley AJ, Koster RW, et al. European resuscitation council guidelines for resuscitation 2015: Section 2. adult basic life support and automated external defibrillation. Resuscitation 2015;95: 81-99.