pesten pestgedrag

En dit is wat Messi daarmee te maken heeft..

Plagen. Of toch pesten?

Plagen is als twee mensen lachen om een grapje. We noemen het pesten als een van de twee het duidelijk niet (meer) grappig vindt. Zo omschreven kinderen in mijn gedragstraining laatst het verschil tussen plagen en pesten. Helaas gebeurt het laatste nog regelmatig. In een speeltuin, op een sportclub, online of op school. Hoe zorgen we ervoor dat het zo min mogelijk voorkomt? En wie speelt daarin een rol? 

Pesten op school

Uit onderzoek blijkt dat een schoolbrede aanpak effectief is in het verminderen van pesten en gepest worden. Met schoolbreed wordt bedoeld dat er interventies zijn op school, klas- en individueel niveau. Denk op schoolniveau aan het opzetten van een comité dat verantwoordelijk is voor pesten, training van het schoolpersoneel in een goede aanpak, of het betrekken van ouders in bijeenkomsten over pesten. Op klasniveau kun je denken aan het gezamenlijk bespreken van normen en waarden, het bespreken van de vormen van pesten en de rollen die kinderen daarin kunnen aannemen. Op individueel niveau is er aandacht specifiek voor het kind dat pest of gepest wordt – en worden daarbij ook de ouders betrokken. 

Samenwerken in de driehoek: school – kind – thuis

Naast de factor school, spelen ook de kindfactoren (eigenschappen, karakter) en de thuisomgeving een grote rol. Om de kans op pesten te verminderen is het belangrijk aandacht te hebben voor alle drie de factoren. Je kunt je immers voorstellen dat als er op school een antipest-programma wordt gehanteerd waar je zelf als ouder niet achter staat, het kind ook niet goed weet wat er van hem/haar verwacht wordt. Het kind krijgt dan thuis een voorbeeld dat niet matcht met de overtuiging die school heeft, of andersom. Een kind raakt dan in de knel. Spelen er daarnaast ook kindfactoren die gedrag soms lastig maken, denk aan: moeite met het sturen/uiten van emoties, of onzekerheid (overschreeuwen of juist over zich heen laten lopen) is het goed om daar ook individueel aandacht voor te hebben. 

Dit kan je zelf doen! 

In principe heeft een kind drie manieren om te reageren op een vervelende situatie. Dit kan een pest- of plaagsituatie zijn. 

  1. Knokken: het kind zet de rode pet op en reageert met agressie (verbaal en/of lichamelijk). Dit levert het kind zelf niets positiefs op.  Sterker nog: dit houdt een conflict in stand. 
  2. Wegkruipen: het kind kiest voor de blauwe manier van reageren en besluit het (even) te negeren. Dit voorkomt ‘doen voor het denken’ waardoor de kans op een vervelende situatie kleiner is. Let op: het is wel heel belangrijk om je grenzen aan te geven, dus schakel – als de boosheid gezakt is – over op de gele pet.  
  3. Aanpakken: het kind zet de gele pet op. Met deze pet kom je op een goede manier voor jezelf op, en ga je op zoek naar een oplossing. Je zegt wat je denkt of vindt vanuit de ik-boodschap (ik wil.. / ik vind dat..), zoekt hulp, blijft rustig en duidelijk. 

Deze tip werkt! 

Naar gelang de leeftijd van je kind(eren) kun je samen alternatieven bedenken voor de rode, blauwe en gele kleur als symbool voor de manier van reageren. Heeft jouw kind een grote passie voor voetbal? Ga er eens over in gesprek: wie symboliseert de rode manier van reageren, en wie geeft juist het goede, assertieve voorbeeld in het veld? Bevraag hoe het komt dat bijvoorbeeld Messi de held is, en waarom ‘knokkers’ (ik noem geen namen, Suarez) dat veel minder zijn. Je zult zien dat het kind zich graag met deze held identificeert en wil leren van deze persoon. Naast sporthelden, kun je ook aan dieren, Youtubers of familieleden denken. Welk dier komt op een goede manier voor zichzelf op? Of welk dier kruipt soms heel slim in zijn schulp, om er later op een rustiger moment weer uit te komen? 

En ouders.. wie is voor jullie het goede voorbeeld?